Maart

Rineke Leys, Lodewijk Schelfhout (internisten) en Helma Hofland (brandwondverpleegkundige) uit het Maasstad Ziekenhuis zijn weer terug van de reis uit Rwanda. Naast de informatie die wij met jullie hebben mogen delen op Facebook en Instagram hebben wij nu ook de eindverslagen ontvangen. Wij hebben deze met plezier gelezen en delen deze graag met jullie.

Eindverslagen reis Rwanda
Maart 2019

Verslag van Rineke Leys

Afrika, de tocht door Rwanda en ons verblijf in ‘the Blackhouse’ op het terrein van de Methodisten-kerk zijn inmiddels aardig vertrouwd geworden. In het ziekenhuis zijn maar enkele stafartsen en de jonge dokters zijn bijna allemaal nieuw. We worden enthousiast ontvangen door de directeur, die in november 2018 net een week in functie was, en zijn rol nu duidelijk opgepakt heeft. Het ziekenhuis lijkt in financieel opzicht redelijk te draaien. De medewerkers ontvangen hun salaris, waarop zij in het verleden ook wel eens lang hebben moeten wachten. Ook in het Kibogora Hospital bestaat het probleem van budgettaire overschrijding. Dit wordt duidelijk tijdens de woensdagochtendbespreking. Na de gezamenlijke kerkdienst waarmee de werkdag om 7 uur begint en voor de patiëntoverdracht vertelt de directeur dat het ziekenhuis financieel redelijk draait. Door de meer-productie overschrijdt de afdeling Heelkunde ‘het plafond’ en dit levert een probleem op. Er lijkt veel meer openheid te zijn dan bij vorige bezoeken.

Ons onderwijs aan de artsen vindt plaats na de ochtendoverdracht. In de loop van de week krijgen we steeds meer respons en ontstaan er levendige discussies. We proberen zoveel mogelijk aan te sluiten bij de klinische situaties die we op de afdeling aantreffen en de onderwerpen die aangedragen worden. Keer op keer is het een uitdaging de officiële protocollen, die er in Rwanda net zo uitzien als in ons ‘acute boekje’ van de NIV ( Nederlandse Internisten Vereniging), te vertalen naar de realiteit van een streekziekenhuis waar je een bloedbeeld en een nierfunctie kunt laten bepalen en een glucose via vingerprik. De behandeling van bijvoorbeeld een hyperosmolaire diabetische ontregeling verloopt dan meer op gevoel dan aan de hand van labgegevens. Heel begrijpelijk dat de jonge dokters, die ‘supervisoren’ meestentijds moeten ontberen, zich daarbij heel onzeker voelen. We hebben bewondering voor de collega’s, die met zo weinig middelen zoveel patiënten zien en pogen te behandelen.

Bijzonder en waardevol was de aanwezigheid en bijdrage van Ed Zijlstra, internist/tropenarts, die zijn echtgenote deze reis vergezelde (privé) en direct opgenomen werd in ons medisch team. Zijn jarenlange ervaring, met de gezondheidszorg in Afrika, onder andere in Malawi, zowel door eigen werk, onderzoek als het geven van onderwijs, bleek van grote waarde voor zowel de artsen in het Kibogora Hospital, als voor ons die vooral thuis zijn in de vele mogelijkheden van de Westerse geneeskunde.

De basis echter is algemeen geldend, zowel in Afrika als bij ons: de belangrijkste instrumenten voor de interne geneeskunde zijn de anamnese, een goed lichamelijk onderzoek en klinisch redeneren. Het lastige is wel dat er voor de meeste diagnoses geen goede behandeling voorhanden is. En het overplaatsen naar elders is zelden mogelijk om praktische en financiële redenen. Het blijkt een enorme uitdaging om tijdens de visite de ziektegeschiedenis van de patiënt helder te krijgen. Naast het feit dat er drie talen door elkaar worden gesproken, wordt in de loop van de behandeling het verhaal niet bijgewerkt, zodat iedere dag weer bij het begin begonnen wordt en dat vaak verrassingen oplevert. Ook het feit dat bij iedere heropname een nieuwe status aangemaakt wordt, verbetert het overzicht niet.

In het evaluatiegesprek met de directeur kwam naar voren dat onze aanwezigheid en bijdrage enorm wordt gewaardeerd, omdat de presentaties en de discussies worden afgestemd op wat lokaal mogelijk is. Graag ziet hij ons echter voor een langere periode aanwezig in het ziekenhuis om effectiever te kunnen zijn wat betreft supervisie en om dagelijks onderwijs te geven. De wens tot verbetering is zeker aanwezig.
Wij zijn enthousiast omdat we mogelijkheden zien om in dit ziekenhuis te helpen de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Daar is echter een professioneel project voor nodig, dat veel verder gaat dan de huidige opzet. Ook vraagt dat om een passend budget. Belangrijk om met elkaar te bediscussiëren wat we met dit project willen bereiken.

 


Verslag van Helma Hofland

Vandaag in storm, kou en regen geland op Schiphol. Wat een tegenstelling met Rwanda: heerlijke temperatuur, veel zonneschijn en ja, ook regen en onweer. Eén keer zo hevig dat het internet er uit vloog en we de dagen daarna op allerlei plaatsen in het ziekenhuis zaten om met moeite wat kleine berichten te kunnen versturen.

Twee weken gaan snel voorbij. Natuurlijk bereiden we veel voor in Nederland, maar als je eenmaal ter plaatse bent gaat alles net even anders dan je in gedachten had. Flexibiliteit is een eerste vereiste als je in Afrika aan het werk gaat. Overdag geven we les en op de afdelingen trainen we de verpleegkundigen door middel van ‘bed side teaching’. s’ Middags geven we les aan studenten en ’s avonds bereiden we de volgende dag voor. Het is hard werken maar de moeite waard, omdat we veranderingen zien. Komt dat doordat het personeel weet dat we terugkomen? Is er vertrouwen? Staat het management erachter? Het maakt niet uit. Er is een positieve ‘vibe’ in het ziekenhuis en het is fantastisch om dit te ervaren en er deel van te mogen uitmaken.

In maart 2018 zijn we gestart met een wondproject. Er liggen veel mensen met diverse wonden; brandwonden, doorligwonden bij mensen met een dwarslaesie en veel abcessen. Er is niet veel verbandmateriaal, wel kunnen de verpleegkundigen de wonden goed schoonmaken met gazen, betadine, vaselinegazen en, voor de patiënt die meer geld te besteden heeft, zilvercrème via de apotheek. Alle wonden genezen wel maar daar kunnen weken of zelfs maanden overheen gaan. Het ziekenhuis is dichtbevolkt, veel volwassenen liggen met twee personen in één bed. In november 2018 hebben we de lokaal te verkrijgen honing en papaja op de afdelingen geïntroduceerd. In het begin waren de medewerkers sceptisch, omdat zij gewend zijn om papaja en honing te eten en niet om het op wonden te smeren. Sinds de verpleegkundigen hebben gezien dat de wonden sneller genezen en schoner blijven, zijn zij enthousiast.

Het was spannend om te zien hoe het nu, ruim 3,5 maand later, met het wondproject is. Het enthousiasme is er nog steeds. Patiënten wordt gevraagd zelf papaja te kopen. Honing is duurder, dus voor veel mensen is dit geen optie. Vanzelf ben ik naar het dorp gelopen en heb ik voor 4 euro honing en papaja gekocht. De honing hebben we vermengd met vaseline, waarmee voor zes weken voldoende voorraad voorhanden is om alle patiënten te behandelen. De verandering moet vanuit het ziekenhuis zelf komen. Daarom hebben we een afspraak gemaakt met de ‘directeur-generaal’ en de hoofdverpleegkundige van het ziekenhuis. Gewapend met papaja, honingzalf, computer, foto’s en literatuur over het gebruik van honing en papaja liet ik hem de resultaten van de behandeling zien. De directeur-generaal begreep meteen dat hiermee kosten bespaard kunnen worden. De wonden genezen sneller, er zijn minder verbandwisselingen nodig en het comfort voor de patiënt is beter. Dit moet bekend worden in centra en bij huisartsen elders in Rwanda, zodat er minder patiënten worden doorgestuurd naar het ziekenhuis. De vraag is: kan en wil en het ziekenhuis 4 euro per maand in dit project investeren, zodat de verpleegkundigen elke patiënt met wonden deze behandeling kunnen geven?

We zijn weer een stapje verder en ik ben optimistisch. Natuurlijk kunnen we verpleegkundigen instructie geven over de wondverbanden die wij in Nederland gebruiken, maar daarmee helpen we het Kibogora Hospital niet. Met lokale middelen die effectief en goedkoop zijn, kunnen we het verschil maken. In juni 2019 gaat er weer een team naar het Kibogora Hospital en dit team zal de opvolging van dit project blijven monitoren. Opvolging is belangrijk, zowel in Nederland als in Afrika.