Maart

Werkbezoek maart 2017

Na een voorspoedige reis arriveren Lodewijk Schelfhout en Rineke Leys, beiden internist, in Rwanda. Zij ontmoeten hun teamgenoten en reizen gezamenlijk de volgende dag door naar het Kibogora Hospital. Onderweg zien ze als in een film steeds maar weer mensen, alleen of in groepen, kleurrijk uitgedost, lopend langs de weg met bagage op het hoofd, de geiten aan een touw, of stiertjes opjagend met een stok. En veel kinderen. De kennismaking met het ziekenhuis is voor hen een bijzondere ervaring. Veel wachtende mensen, moeders met baby’s, mannen hangend op krukken.

Artsen, verpleegkundigen en andere medewerkers zijn allen erg vriendelijk. Rineke en Lodewijk zijn onder de indruk van de wijze waarop de artsen hun werk doen. De dienstbelasting is hoog en het aantal artsen wisselend laag.  Men is goed opgeleid en best ambitieus, maar men wordt ook beperkt door de mogelijkheden. Laboratoriumdiagnostiek is slechts beperkt mogelijk. Voor Lodewijk en Rineke als internisten vormt dit direct al een probleem. Hoe diagnosticeer je zonder de hele batterij zoals je die er ‘thuis’ op los laat? Een X-thorax en een echo van de buik zijn wel mogelijk en worden door de artsen zelf beoordeeld. Een keer per week worden er gastroscopieën gedaan met sterk verouderde apparatuur, die bovendien beschadigd is. Er is voldoende aandacht voor het reinigen van de handen en het dragen van handschoenen tijdens het spreekuur. Wanneer de patiënt echt iets mankeert, betekent dit meestal overplaatsing en ambulancevervoer moet de patiënt zelf betalen. Überhaupt wordt voor verzekerden de zorg maar tot 70% vergoed en medicatie tot 90%.

De inbreng van Rineke en Lodewijk bestaat vooral uit het meelopen met de visites en na het ochtendrapport meedenken over moeilijke casuïstiek. Het kennisniveau van de artsen is goed. Men zoekt Lodewijk en Rineke wel op met vragen. Omdat er weinig menskracht aanwezig is, lukt het slecht om de groep bij elkaar te krijgen voor een presentatie, hoewel die behoefte wel bestaat, naar men zegt.  Het is voor de artsen ook heel lastig dat de internetverbinding van het ziekenhuis uitgevallen is. Via het web is alle kennis op te halen, en deze jonge generatie is daar ook mee opgegroeid.

Tijdens deze reis doen zij hun best op incidentele basis iets bij te dragen aan de verbetering voor de individuele patiënt. Gelukkig loopt het project van de verpleegkundigen al langer en wordt in de tweede week succes geboekt met het onderwijsprogramma. Lodewijk ondersteunt de artsen ook door het verrichten van gastroscopieën. Ook heeft hij een prachtige pijnscorelijst gemaakt, waarop ook de dosering pijnstilling kan worden genoteerd. Tezamen lopen zij vele visites mee, zien ze uiteenlopende casussen en geven zij hierbij adviezen. Ook lopen zij mee met het palliatief team, waarbij ze ook mensen in de thuissituatie bezoeken en zorg bieden. Patiënten die zijn opgenomen in het ‘palliative care program’, worden éénmaal per maand bezocht door een verpleegkundige. Deze brengt de situatie van de patiënt in kaart aan de hand van een gestandaardiseerde vragenlijst, die medische, verpleegkundige en psychosociale aspecten evalueert. Patiënten krijgen een standaard voedselpakket en enkele benodigdheden en de medicatie wordt gecheckt. De organisatie van zowel het ‘palliative’ als het ‘social care program’ zijn van indrukwekkend goede kwaliteit, gezien de beperkte mogelijkheden en de ernst van de situatie van de mensen die onder deze zorg vallen.